AlpacaWereld.nl bedankt de sitesponsoren:

Behandeling van:

Coccidiose

Coccidiose is een besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door coccidiën. Dit zijn microscopisch kleine eencellige organismen die hun ontwikkeling voor een deel in de darmcellen van een gastheer (uw alpaca's) doormaken. In de darmcellen vermenigvuldigen deze micro-organismen zich enorm en maken daarbij de darmcellen kapot.

Waar de darm wand door coccidiën is kapot gemaakt kan de darm geen voedsel meer verteren. Bij een ernstige besmetting gaat de verteringscapaciteit sterk achteruit. Bovendien ontstaan er bloedingen in de aangetaste darm. Tenslotte kunnen er allerlei ziekmakende bacteriën vanuit de darm de bloedbaan in en de alpaca dus ook nog op een andere manier onderuit halen.

Symptomen van coccidiose zijn depressie, loomheid, verminderde eetlust, plotseling gewichtsverlies door uitdroging, overvloedige zwarte of donkerbruine stinkende diarree en in veel gevallen gaan de dieren dood.

Er zijn twee voorname boosdoeners van coccidiose bij alpacas:

  • E.Mac (Eimeria macunasiensis) is een camelid-specifieke vorm. Onder de microscoop zie je grote eieren. Deze vorm van coccidiose is in de regel goed te behandelen met Baycox Bovis, Tolracol, Cevazuril of Vecoxan. Deze orale middelen moeten accuraat gedoseerd worden, op basis van gewicht, en moeten wellicht meerdere malen herhaald worden. Overleg met uw veearts.
  • Kleine coccidiën kunnen zich snel meester maken van uw alpaca's. Met name bij veulens die afgespeend worden komen ze nog weleens voor. Vecoxan helpt niet tot nauwelijks bij deze coccidiën, dus gebruik een van de bovengenoemde middelen.

Bij de behandeling van coccidiose zal in veel gevallen levensondersteunende hulp nodig zijn. De middelen hierboven maken hopelijk korte metten met de coccidiose, maar de spijsvertering, lichaamstemperatuur en bloedwaarden moeten wel op gang worden gehouden. Een typisch behandelplan bij een ziek dier met coccidiose omvat bijvoorbeeld:

  • Vitamine supplementatie (AD3E en Vit B1)
  • Mineralen supplementatie (denk bijvoorbeeld aan ijzer of selenium)
  • De alpaca moet blijven eten. Bij voorkeur voeding hoog in vezels maar laag in proteïnes. Denk aan een smakelijke mix van alpaca mineralenbrok, alfalfa, bietenpulp, koeien krachtvoer en grasmix. Daarbij uiteraard hooi en water ruim voorzien
  • Indien een alpaca langdurig ligt, loont het om de benen meermalen dagelijks te strekken en masseren. Dit om de bloedomloop en dus ook spierkracht op gang te houden.
  • Ondersteuning van maag ter voorkoming van maagzweer. Eerder kon de veearts hiervoor tabletten 'Antepsin' (sucralfaat) leveren. Dit creëerde een beschermend laagje in de maag. Tegenwoordig zijn hier andere merken van beschikbaar. In Groot-Brittannië word er door fokkers nogal uitgeweken naar Gaviscon original tabletten, die gewoon bij de supermarkt en drogist verkrijgbaar zijn.

Wormen (maagdarmparasieten)

Regel 1: Doe mestonderzoek
Regel 2: Doe mestonderzoek
Regel 3: Doe mestonderzoek
Regel 4: Denk om regel 1.

Graag licht ik eerst de gevaarlijkste worm voor alpacas in Nederland toe:

Haemonchus contortus (barberpole / trichostrongylus)

De rode lebmaagworm (barber-pole worm) is een rondworm die behoort tot de orde Strongylida en familie Trichonstrongylidae. De parasiet voedt zich in de maag met bloed. Bij een infectie kunnen alpaca's last krijgen van bloedarmoede, met ziekte of sterfte als mogelijk gevolg. In tegenstelling tot de meeste wormsoorten veroorzaakt Haemonchus lang niet altijd diarree, waardoor problemen vaak te laat worden opgemerkt. Bij een infectie met Haemonchus heb je ongeveer 24 uur om het tij te keren.

haemonchus worm
Haemonchus bij een autopsie
haemonchus ei
Trichostrongylus eitjes onder de microscoop
haemonchus larve
Een worm onder de microscoop

Infecties met Haemonchus vinden, afhankelijk van de weersomstandigheden, typisch plaats vanaf juni tot in het najaar.

Door middel van mestonderzoek zijn de 5.000 tot 10.000 eitjes per dag te zien onder een microscoop. Ze zijn eivormig ter grootte van 70-85 µm bij 41-48 µm.

Onder de microscoop is moeilijk te zien om welke soort trichostrongylus het gaat: Haemonchus of een meer onschuldige.

De belangrijkste test hierin is om de slijmvliezen bij het oog te controleren. Haemonchus veroorzaakt immers bloedarmoede!

Deze membranen horen mooi roze te zijn, maar in geval van bloedarmoede worden ze lichter tot zelfs wit van kleur.

De worm kan worden bestreden met levamisol, een oud middel maar nog steeds goed werkzaam. Zolvix is een vrij nieuw middel maar resistentie tegen dit middel is al aangetroffen. Cydectin kan goed werken wanneer het in de orale vorm word toegediend.
Let op dat deze middelen op basis van lichaamsgewicht gegevens worden, onderdosering kan leiden tot resistentie! Zorg er dan ook bij orale toediening voor dat niet de helft word uitgespuugd!

Bij aanwezigheid van bloedarmoede moet dit natuurlijk ook behandeld worden. Te denken valt aan Multivit injecties waarin veel ijzer en vitamine c aanwezig is. Bij waardevolle of zwakke dieren zou een bloedtransfusie overwogen kunnen worden. De meningen van veeartsen zijn erover verdeeld of een plasma-infuus zin heeft. Immers moet het gehalte rode bloedcellen omhoog.

Andere wormen

De wormen, die bij kameelachtigen in het spijsverteringskanaal voor kunnen komen kunnen onderverdeeld worden in drie groepen, te weten:

  • Lamoïde specifieke parasieten: Lamanema chavezi, Nematodirus lamae (beide voorkomend in de dunne darm),en Spiculopteragia peruvianus (netmaag). Geen van deze drie wormen zijn naar bekend ooit buiten Zuid-Amerika vastgesteld).
  • Parasieten die normalitair bij schapen of geiten voorkomen: Nematodirus spathiger, Nematodirus filicollis, Trichostrongylus colubriformis, Ostertagia circumcincta, Oesophagostumum venulosum, Haemonchus contortus, camelostrongylus mentulatus, Dictyocaulus filaria.
  • Parasieten die normalitair met runderen geassocieerd worden: Cooperia oncophora, Cooperia mcmasteri, Trichostrongylus axei, Ostertagia ostertagi, Fasciola hepatica (leverbot).

Of een alpaca wel of niet besmet raakt is afhankelijk van enkele factoren, te weten:

  • Besmettingsdruk: het aantal infectieuze larven waaraan de alpaca's worden blootgesteld. In een kleine weide met een hoge bezettingsgraad is de kans op besmetting groter;
  • Klimaat: Vooral in het najaar, wanneer de temperatuur nog hoog is en er hevige regenval is, is de kans groter op een besmetting;
  • Stress: gestreste dieren zijn vatbaarder voor wormbesmettingen. De geboorte, het dekken, lacteren, scheren en omweiden zijn factoren die stress veroorzaken;
  • Conditie: Wanneer een dier in slechte conditie is, bijvoorbeeld na het veulen of wanneer het dier al een andere infectie heeft is er veel kans op een wormbesmetting.

Het is inmiddels bij wet verboden om ontwormingsmiddelen te gebruiken als er geen bewijs is van besmetting bij uw dieren. Door selectievere toepassing duurt het langer voordat een parasiet resistent wordt. U kunt dus het beste mestonderzoeken laten uitvoeren bij:

  • Dieren die iets lijken te mankeren. Dit kan iets simpels zijn als veel drinken of meer liggen dan normaal.
  • Routineonderzoek. (twee)maandelijks, maar zeker op het moment dat het gras hard begint te groeien (april/mei) en in warme natte periodes (augustus - oktober).

In Nederland kunt u mestonderzoek laten uitvoeren door uw veearts, specialistische veeartsen of fokkers die dit aanbieden.

© 2015 Alpacawereld.nl